Home > Bloedziekten > Benigne monoklonale gammopathie

A  A  A 

Benigne monoklonale gammopathie

Gekenmerkt door de aanwezigheid van (meestal lage concentraties) monoklonaal immunoglobuline (M-proteïne) zonder verschijnselen van invasieve maligne groei (zoals skeletafwijkingen en beenmergverdringing). Een M-proteïne is een immunoglobuline geproduceerd door een groep identieke - daarom kloon genoemde - plasmacellen en komt veel voor, bij circa 5% van de populatie ouder dan 70 jaar, en heeft meestal geen klinische betekenis. Soms is het monoklonale immunoglobuline gericht tegen autoantigenen en gaat dit gepaard met koude auto-immuunhemolytische anemie of polyneuropathie.
ETIOLOGIE
1. Spontaan, op oudere leeftijd (MGUS = monoclonal gammopathy of unknown significance). 2. Reactief, bij infecties, auto-immuunziekten, collageenziekten, tumoren.
DIAGNOSE
Zie Multipel myeloom.
differential DIAGNOSE
Vooral met multipel myeloom.
THERAPIE
Geen, vervolgen van immunoglobulinespiegels (alle Ig typen) en skeletfoto's (alleen bij IgG en IgA). Bij follow-up van meer dan 2030 jaar wordt in >20% een overgang naar multipel myeloom of non-hodgkinlymfoom gezien.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens