Home > Bloedziekten > Cryoglobulinemie

A  A  A 

Cryoglobulinemie

Het voorkomen van een immunoglobuline (meestal IgM) of een immuuncomplex (IgG-IgM) dat in koude uitvlokt (0 tot 30°C). Kan bij verschillende aandoeningen voorkomen (bijv. bij collageenziekte, kala-azar, chronische hepatitis-C-infectie), bij multipel myeloom of een lymfoplasmocytair non-hodgkinlymfoom; soms ook zonder duidelijke oorzaak: essentiële cryoglobulinemie. Indeling: type I: cryoglobuline bestaat uit monoklonale component IgM of IgG (secundair aan lymfoplasmacytaire maligniteit of chronische antigene stimulatie). Type II: gemengd mono- en polyklonaal, een monoklonale component, vaak IgM-Kappa gericht tegen een polyklonaal eiwit (secundair aan SLE, reumatoïde artritis, chronische infecties). Type III: immuuncomplex met polyklonaal immunoglobuline (bijv. M. Crohn, sarcoïdose). Symptomen zijn: artralgieën, huidvasculitis, nier- en leverstoornissen; symptoom van Raynaud, acrocyanose en perifeer gangreen vooral bij type I.
DIAGNOSE
Bloed afnemen in een verwarmde buis, direct in de broedstoof plaatsen en bij 37°C laten stollen. Het serum daarna ten minste twee etmalen bij 4°C laten staan en zien of eiwit neerslaat. De hoeveelheid is eventueel te bepalen als cryocrietwaarde (naar analogie van hematocriet) door centrifugeren in kou.
THERAPIE
Afhankelijk van de basisaandoening. Warmte als symptomatische therapie, eventueel prednison, cyclofosfamide en plasmaferese. Bij hepatitis-C-infectie: peginterferon en ribavirine.
NB Voorkom afkoeling van het bloed beneden 34°C.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens