- A
- Acute geneeskunde
- Ademhalingsstelsel, aandoeningen van het
- Algemene chirurgie
- Anesthesiologie en pijnbestrijding
- B
- Bedrijfsgezondheidszorg, arbo en verzekeringsgeneeskunde
- Bloedziekten
- Buikholte en maag-darmkanaal, ziekten van -
- E
- Endocrinologie
- F
- Farmacotherapie en bijwerkingen van geneesmiddelen
- G
- Geriatrie en gerontologie
- Gezondheidsrecht
- H
- Hart- en vaatziekten
- Huid- en geslachtsziekten
- Huisartsgeneeskunde
- Hyperbare en duikgeneeskunde
- I
- Immuunziekten en allergie
- Implantaten en biomaterialen
- Infectieziekten
- Intensivecaregeneeskunde
- J
- Jeugdgezondheidszorg
- K
- Keel-, neus-, oorziekten
- Kindergeneeskunde
- Klinische epidemiologie en biostatistiek
- Klinische genetica, cytogenetica en moleculaire genetica
- L
- Leverziekten, ziekten van galwegen, pancreas en milt
- M
- Medische ethiek
- Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie
- N
- Nierziekten
- Nucleaire geneeskunde
- O
- Oncologie
- Oogziekten
- Orthopedische chirurgie
- Ouderengeneeskunde (Verpleeghuisgeneeskunde)
- P
- Palliatieve zorg
- Plastische, reconstructieve en handchirurgie
- Psychiatrie
- R
- Radiologie
- Rampengeneeskunde
- Reumatische en systeemziekten
- Revalidatie
- T
- Transplantatiegeneeskunde
- Traumatologie
- Tropische ziekten
- U
- Urologie
- V
- Vergiftigingen
- Verloskunde
- Verstandelijke gehandicapten, medische zorg voor -
- Voedings- en dieetleer
- Vrouwenziekten
- Z
- Zenuwstelsel, ziekten van het -
Hemoglobinurie, paroxismale nachtelijke (PNH)
ETIOLOGIE
Verworven klonale ziekte van de hematopoëse, die gekarakteriseerd is door een deficiëntie van alle eiwitten aan het celoppervlak die gebonden zijn met een speciaal ankereiwit, het glycosylfosfatidylinositol (GPI). Deficiëntie aan complement inactiverende eiwitten op het erytrocytenoppervlak maken de cel gevoelig voor hemolyse, in het bijzonder in zuur milieu. De erytrocyten tonen geen karakteristieke morfologische afwijkingen; ze zijn abnormaal gevoelig voor activering van complement. SYMPTOMEN
Matige tot ernstige anemie door chronische, hemolyse, al of niet met acute exacerbaties (crisen), verhoogde neiging tot trombose, vooral van de mesenteriaalvenen, en toegenomen gevoeligheid voor infecties. LABORATORIUMONDERZOEK
Behalve anemie soms ook leukopenie en trombocytopenie. Immunotypering van leukocyten gericht op afwezigheid van GPI-linked membraanantigenen. THERAPIE
Bij aanval ruim vocht geven, zonodig pijnbestrijding. Erytrocytentransfusies en tromboseprofylaxe. Corticosteroïden verminderen soms de ernst van de hemolyse, lage dosis ascal vermindert tromboserisico. Recent is het antilichaam eculizumab geïntroduceerd, dat gericht is tegen complementfactor C5. Het remt het terminale complementcomplex en daardoor de hemolyse. 


Maak van deze pagina mijn startpagina
Toevoegen aan favorieten