Home > Bloedziekten > Leukemie, chronische lymfatische (CLL)

A  A  A 

Leukemie, chronische lymfatische (CLL)

De meest voorkomende vorm van leukemie. Komt ongeveer driemaal zoveel voor bij mannen als bij vrouwen, vooral op oudere leeftijd.
SYMPTOMEN
Vaak een toevalsbevinding; in andere gevallen: langzaam begin, pijnloze, gegeneraliseerde lymfeklierzwellingen, klachten door een begeleidende anemie of door splenomegalie. Niet zelden bestaat neiging tot bacteriële infecties door daling van het immunoglobulinegehalte.
LABORATORIUMONDERZOEK
Het leukocytenaantal is vaak sterk verhoogd, soms tot 500 × 109/l: een monotoon beeld van 90 tot 99% lymfocyten met Gumprechtsche Schollen (kapotgedrukte cellen). Trombocytopenie (en soms ook anemie) ontstaat pas in latere stadia. Immunologisch onderzoek heeft aangetoond dat bij CLL een monoklonale B-celproliferatie plaatsvindt. Er worden inmiddels twee typen onderscheiden op basis van moleculairbiologisch onderzoek, een type met zeer gunstige (mediane overleving vele decaden) en een type met minder gunstige prognose.
THERAPIE
Er is geen curatieve optie: indien geen klachten: geen behandeling; radiotherapie op klierpakketten of grote milt indien nodig. Als chemotherapeuticum verdient chloorambucil de voorkeur wanneer het een CLL-type is met gunstige prognose. Als tweedelijnsbehandeling wordt vaak fludarabine gegeven of multichemotherapie bestaande uit een combinatie van fludarabine, cyclofosfamide al dan niet gecombineerd met een antistof (rituximab of alemtuzumab). Bij refractaire patiënten of bij hemolytische anemie zijn corticosteroïden te proberen. In het laatste geval kan men ook splenectomie overwegen. De laatste jaren is de trend om de behandeling te intensiveren inclusief allogene stamceltransplantatie bij - op initiële therapie - refractaire patiënten.
PROGNOSE
Afhankelijk van de uitgebreidheid van de klierzwelling en van bijkomende hemolyse of trombocytopenie.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens