- A
- Acute geneeskunde
- Ademhalingsstelsel, aandoeningen van het
- Algemene chirurgie
- Anesthesiologie en pijnbestrijding
- B
- Bedrijfsgezondheidszorg, arbo en verzekeringsgeneeskunde
- Bloedziekten
- Buikholte en maag-darmkanaal, ziekten van -
- E
- Endocrinologie
- F
- Farmacotherapie en bijwerkingen van geneesmiddelen
- G
- Geriatrie en gerontologie
- Gezondheidsrecht
- H
- Hart- en vaatziekten
- Huid- en geslachtsziekten
- Huisartsgeneeskunde
- Hyperbare en duikgeneeskunde
- I
- Immuunziekten en allergie
- Implantaten en biomaterialen
- Infectieziekten
- Intensivecaregeneeskunde
- J
- Jeugdgezondheidszorg
- K
- Keel-, neus-, oorziekten
- Kindergeneeskunde
- Klinische epidemiologie en biostatistiek
- Klinische genetica, cytogenetica en moleculaire genetica
- L
- Leverziekten, ziekten van galwegen, pancreas en milt
- M
- Medische ethiek
- Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie
- N
- Nierziekten
- Nucleaire geneeskunde
- O
- Oncologie
- Oogziekten
- Orthopedische chirurgie
- Ouderengeneeskunde (Verpleeghuisgeneeskunde)
- P
- Palliatieve zorg
- Plastische, reconstructieve en handchirurgie
- Psychiatrie
- R
- Radiologie
- Rampengeneeskunde
- Reumatische en systeemziekten
- Revalidatie
- T
- Transplantatiegeneeskunde
- Traumatologie
- Tropische ziekten
- U
- Urologie
- V
- Vergiftigingen
- Verloskunde
- Verstandelijke gehandicapten, medische zorg voor -
- Voedings- en dieetleer
- Vrouwenziekten
- Z
- Zenuwstelsel, ziekten van het -
Carcinogenese
Het proces dat leidt tot het ontstaan van kanker. Het resultaat van dit proces is altijd dat er veranderingen in het DNA van de celkern ontstaan (mutaties). Er wordt een onderscheid gemaakt in chemische carcinogenese en stralingscarcinogenese, naar gelang van de belangrijkste oorzakelijke factor. Het ontstaan van kanker wordt vooral bepaald door factoren buiten de cel (milieu) en in mindere mate door erfelijke aanleg. Het roken van tabak kan worden beschouwd als het belangrijkste carcinogeen. Het proces verloopt in een aantal discrete stappen, waarvan de eerste initiatie genoemd wordt. Dit is een mutatie die niet reversibel is, maar op zich niet tot kanker leidt. Hiervoor is een tweede proces nodig, promotie genaamd, waarbij de gemuteerde cel tot proliferatie wordt aangezet. Bekende tumorpromotoren zijn o.a. phorbolesters en hormonen. Chemische carcinogenen komen ook in de natuur voor en in ons voedsel. Zij kunnen worden aangetoond met de Ames-test (mutatietest van bacteriƫn). Onder de belangrijke carcinogenen vallen de nitrosaminen, aromatische aminen (AAF), aflatoxine (uit schimmels) en vele cytostatica. Ook sommige virussen zoals het hepatitis-B- en C-virus en bepaalde typen van het humaan papillomavirus spelen een rol bij het ontstaan van respectievelijk het hepatocellulair carcinoom en het cervixcarcinoom.



Maak van deze pagina mijn startpagina
Toevoegen aan favorieten