Home > Oncologie > Immunotherapie van kanker

A  A  A 

Immunotherapie van kanker

Er wordt onderscheid gemaakt in actieve, adaptieve en passieve immunotherapie. In de actieve immunotherapie wordt of gevaccineerd met dode of levende tumorcellen, dan wel aspecifiek met behulp van BCG of andere antigenen. De adaptieve immunotherapie maakt gebruik van de cellulaire immuniteit door transfusie van geactiveerde autologe lymfocyten. Dit kan onder meer door het toepassen van interleukine-2, waarmee cytotoxische lymfocyten (LAK-cellen ofwel lymfokine activated killer cells) worden geactiveerd die de tumorcellen doden. Hiertoe worden de LAK-cellen in vitro gekweekt met interleukine-2. Deze vorm van behandeling is vooral bij niercelcarcinoom en melanoom toegepast, met ongeveer een derde kans op remissie. De zogenoemde biological response modifiers omvatten o.a. interferon, tumor necrosis factor (TNF) en interleukine. Zij stimuleren cytotoxische lymfocyten, natural killer cells (NK-cellen) en verhogen de expressie van transplantatie-antigenen op de tumorcellen. Interferon is effectief gebleken bij de behandeling van hairy cell leukemie, lymfomen, myeloom, melanoom en niercelcarcinoom. De passieve immunotherapie bestaat uit toedienen van monoklonale tegen de tumor gerichte antilichamen, eventueel gecombineerd met cytostatica of isotopen (tumor targeting). Ten slotte bestaan er combinaties van deze vormen van immunotherapie, bijv. het toepassen van bifunctionele antilichamen gericht tegen de T-celreceptor enerzijds en tumorantigenen anderzijds. Combinaties met interleukine en interferon worden ook toegepast.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens