- A
- Acute geneeskunde
- Ademhalingsstelsel, aandoeningen van het
- Algemene chirurgie
- Anesthesiologie en pijnbestrijding
- B
- Bedrijfsgezondheidszorg, arbo en verzekeringsgeneeskunde
- Bloedziekten
- Buikholte en maag-darmkanaal, ziekten van -
- E
- Endocrinologie
- F
- Farmacotherapie en bijwerkingen van geneesmiddelen
- G
- Geriatrie en gerontologie
- Gezondheidsrecht
- H
- Hart- en vaatziekten
- Huid- en geslachtsziekten
- Huisartsgeneeskunde
- Hyperbare en duikgeneeskunde
- I
- Immuunziekten en allergie
- Implantaten en biomaterialen
- Infectieziekten
- Intensivecaregeneeskunde
- J
- Jeugdgezondheidszorg
- K
- Keel-, neus-, oorziekten
- Kindergeneeskunde
- Klinische epidemiologie en biostatistiek
- Klinische genetica, cytogenetica en moleculaire genetica
- L
- Leverziekten, ziekten van galwegen, pancreas en milt
- M
- Medische ethiek
- Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie
- N
- Nierziekten
- Nucleaire geneeskunde
- O
- Oncologie
- Oogziekten
- Orthopedische chirurgie
- Ouderengeneeskunde (Verpleeghuisgeneeskunde)
- P
- Palliatieve zorg
- Plastische, reconstructieve en handchirurgie
- Psychiatrie
- R
- Radiologie
- Rampengeneeskunde
- Reumatische en systeemziekten
- Revalidatie
- T
- Transplantatiegeneeskunde
- Traumatologie
- Tropische ziekten
- U
- Urologie
- V
- Vergiftigingen
- Verloskunde
- Verstandelijke gehandicapten, medische zorg voor -
- Voedings- en dieetleer
- Vrouwenziekten
- Z
- Zenuwstelsel, ziekten van het -
Wel/niet-behandelbeslissingen
Term die in navolging van de term non-treatment decisions uit de Angelsaksische literatuur regelmatig wordt gebruikt voor besluitvormingsproblemen in de ouderengeneeskunde voor het wel of niet instellen van een medische behandeling. Deze doen zich vooral voor op de volgende terreinen: besluitvorming over verstrekking van antibiotica, over ziekenhuisopname, over toediening van kunstmatige voeding en vocht en over reanimatie. Categorieën van factoren die relevant zijn voor de medische besluitvorming in dergelijke situaties, zijn: 1. Medische factoren, d.w.z. de ziektetoestand van het moment en de algehele toestand, de belasting van diagnostische en therapeutische ingrepen, de te verwachten resultaten van therapie, de aard en ernst van het verloop van ziekten in het verleden en de prognose, zowel op korte als ook op wat langere termijn. Leeftijd is op zichzelf geen factor van belang in de besluitvorming. Leeftijd kan echter, gerelateerd aan de algehele toestand, meegewogen worden en gezien worden als een medische factor die mede de prognose bepaalt. 2. Wensen en voorkeuren van de patiënt. 3. De kwaliteit van leven van de patiënt, beoordeeld door de arts of een andere persoon dan de patiënt zelf. Er is geen eenduidigheid over de inhoud en de waarde van dit begrip. De meest aanvaarde mening is, dat het begrip uitsluitend gebruikt mag worden om er het minimale niveau van functioneren mee vast te stellen dat nog acceptabel geacht mag worden. 4. Externe factoren, d.w.z. alle andere factoren die een rol kunnen spelen, zoals wensen en belangen van andere betrokkenen dan de patiënt zelf (bijv. de familie). Ook kunnen sociaaleconomische factoren genoemd worden, zoals de financiële kosten van een behandeling of de beschikbaarheid van een medische voorziening. Meestal staan in de besluitvorming medische factoren en de wensen van de patiënt nadrukkelijk op de voorgrond. Kenmerkend voor de ouderengeneeskunde is dat er vaak geen beslissingen genomen kunnen worden op grond van uitsluitend deze genoemde factoren vanwege de frequent voorkomende wils(on)bekwaamheid van patiënten. De inschatting van de toekomstige kwaliteit van leven van patiënten en de inbreng van familie kunnen dan niet gemist worden.



Maak van deze pagina mijn startpagina
Toevoegen aan favorieten