Home > Endocrinologie > Obesitas (adipositas, vetzucht)

A  A  A 

Obesitas (adipositas, vetzucht)

Overgewicht en obesitas worden gedefinieerd als een teveel aan lichaamsvetweefsel. De indeling van normaal gewicht tot overgewicht wordt (vooral bij volwassenen) ingedeeld met behulp van de BMI (body mass index of queteletindex), waardoor het gewicht gecorrigeerd wordt voor de lengte. BMI is het quotiënt van lichaamsgewicht (kg): lengte2 (m). Er is een sterktecorrelatie tussen de hoogte van de BMI en morbiditeit en mortaliteit, vooral gerelateerd door hart- en vaatziekten en type 2 diabetes mellitus.
ETIOLOGIE
Obesitas ontstaat door een discrepantie tussen calorieopname en calorieverbruik. Genetische factoren spelen waarschijnlijk in ± 50% van de patiënten met obesitas een rol. Het betreft vrijwel altijd polygenetische afwijkingen en slechts in hoge uitzondering monogenetische afwijkingen. De vetverdeling speelt een voorname rol bij het vóórkomen van morbiditeit en mortaliteit. De hoeveelheid visceraal (intra-abdominaal) vet gaat gepaard met sterke toename van atherosclerose en gestoorde glucosestofwisseling. Er wordt gesproken van het metabool syndroom: viscerale adipositas, insulineresistentie, hypertensie en lipoproteïne stofwisselingsstoornissen (verhoogde triglyceriden en verlaagd HDL). Inmiddels is duidelijk geworden dat vetcellen naast het opslaan van triglyceriden een belangrijke endocriene, paracriene en autocriene functie hebben. Ten minste tien hormonen worden door de vetcel gesecerneerd, ook wel adipocytokinen genoemd. Deze adipocytokinen spelen tezamen met de vrije vetzuren (FFA's) de etiologische rol voor het ontstaan van insulineresistentie en diabetes type 2. Leptine is het terugkoppelingssignaal van de vetmassa naar de hypothalamus. De veranderde leefwijze in de westerse samenleving (meer caloriedichte voeding en minder bewegen) is oorzaak van de epidemische vorm die obesitas momenteel heeft aangenomen en die alleen nog maar zal toenemen.
THERAPIE
Caloriebeperking is de hoeksteen van de therapie. De samenstelling van het dieet is minder van belang dan de totale hoeveelheid calorieën. Lichaamsbeweging en gedragstherapie hebben een duidelijke plaats in de therapie met name voor het handhaven van éénmaal bereikt gewichtsverlies. Medicamenteuze therapie met behulp van eetlustremmers (sibutramine) en lipaseremmers (orlistat) hebben een additieve waarde, maar zijn nooit langer dan 2 jaar getest. Bariatrische chirurgie komt alleen in aanmerking bij een BMI >40 kg/m2, dan wel een BMI of >35 kg/m2 met complicaties van het overgewicht.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens