Home > Hart- en vaatziekten > Aortocoronaire bypassoperatie

A  A  A 

Aortocoronaire bypassoperatie

Hierbij wordt arterieel bloed vanuit de aorta ascendens, de arteria subclavia of de aorta descendens om de vernauwing van een kransslagader heen naar het distale deel van die kransslagader geleid. Als materiaal voor de omleiding (bypass) wordt als regel een arteriële (arteria mammaria, gastro-epiploica of radialis) graft gebruikt, eventueel een omgekeerde vena saphena magna. De kans op blijvende doorgankelijkheid van de graft (patency rate) is groter bij arteriële grafts. Meestal wordt hierbij de origo van de a. mammaria uit de a. subclavia intact gelaten, maar het vat is ook als zgn. vrije graft bruikbaar. Grafts kunnen worden gebruikt als enkelvoudige omleiding of als sequentiële bypass, waarbij distale anastomosen met meerdere takken van het kransslagadersysteem worden gemaakt. Het operatieve risico ligt meestal onder de 1%, bij spoedingrepen duidelijk hoger door de preoperatieve status van de patiënt. Na 20 jaar is nog 50% van de operatief behandelde patiënten in leven en na 10 jaar is meer dan 50% van de patiënten anginavrij gebleven. Doordat de laatste tijd steeds meer oudere patiënten worden geopereerd, nemen met name de niet-cardiale morbiditeits- en mortaliteitsoorzaken toe en verdwijnt het voordeel van arteriële grafts. Doordat patiënten ouder zijn, meer comorbiditeit hebben en meer arteriële greffen gebruikt worden, is de heroperatie bijna volledig verdwenen. De ingreep kan worden uitgevoerd zonder extracorporele circulatie en zonder het klemmen van de aorta, zie Circulatie, extracorporele.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens