Home > Hart- en vaatziekten > Hartinfarct (myocardinfarct)

A  A  A 

Hartinfarct (myocardinfarct)

Acute necrose van een deel van de hartspier door onvoldoende bloedtoevoer, gevolgd door fibrose en littekenvorming.
ETIOLOGIE
Meestal acute afsluiting van een coronaire arterie door trombose als gevolg van atherosclerose.
SYMPTOMEN
In typische gevallen: plotselinge, hevige, beklemmende pijn achter het borstbeen, dikwijls uitstralend naar beide zijden in de borst, hals, kaken of armen. In tegenstelling tot de situatie bij angina pectoris ontstaat de pijn bij hartinfarct vaak in rust; zij duurt langer (tot vele uren), is heviger en reageert niet op nitraten. Dikwijls is sprake van hevig transpireren, misselijkheid, braken en doodsangst. Alle symptomen kunnen echter in gemitigeerde vorm aanwezig zijn of zelfs geheel ontbreken (silent infarction). Soms komt het infarct pas aan het licht door het optreden van complicaties.
DIAGNOSE
In de eerste plaats op grond van de anamnese. Een belangrijk hulpmiddel is het ecg, dat bij volledig afsluiten van de coronaire arterie ST-segmentoptrekkingen vertoont (zgn. pardee-curven). Bij onvolledig afsluiten van de coronaire arterie zullen meestal ST-segmentdalingen te zien zijn. De ecg-diagnostiek kan worden bemoeilijkt door de aanwezigheid van pre-existente afwijkingen (bijv. linkerbundeltakblok, oud infarct) of doordat het infarct zich afspeelt in een deel van de hartspier dat slechts in geringe mate door het oppervlakte-ecg kan worden beoordeeld (achterwand). Belangrijk (dikwijls doorslaggevend) is biochemisch bloedonderzoek, waarmee een concentratiestijging van enzymen of andere eiwitten die vrijkomen uit de necrotische myocardcellen, kan worden aangetoond (CK, SGOT, LDH en troponine I of T). De hoogte van de stijging is een goede maatstaf voor de grootte van het infarct. Verder vindt men stijging van de bse (soms tot 80 à 100 mm na 1 uur) en leukocytose met linksverschuiving.
THERAPIE
Regel, bij verdenking op hartinfarct na pijnstilling (bijv. 10 mg morfine subcutaan en aspirine (geen enteric-coated) 160 tot 320 mg oraal), zo snel mogelijk vervoer per ambulance naar de spoedgevallenafdeling van een ziekenhuis. Verlies in dit stadium geen kostbare tijd aan verdere diagnostiek In geval van blijvende ST-segmentoptrekkingen zal in het ziekenhuis, na bevestiging van de diagnose in een vroeg stadium (hoe eerder hoe beter, maar in elk geval binnen 12 uur na het ontstaan van de verschijnselen van het infarct), bij veel patiënten reperfusie (primaire PCI of trombolyse) worden toegepast. In geval van trombolyse wordt langs i.v. weg, een trombolytische stof (streptokinase, weefselplasminogeenactivator [tPA]) of een afgeleide stof [TNK-tPA of rPA]) toegediend, waardoor in vele gevallen de afsluitende trombus in de kransslagader geheel of gedeeltelijk tot oplossing wordt gebracht. In vele ziekenhuizen zal men de voorkeur geven aan primaire PCI (bijna altijd gepaard met het plaatsen van een stent). Bij tijdige rekanalisatie wordt de volledige ontwikkeling van het infarct onderbroken, waardoor de grootte ervan wordt beperkt. Hierdoor kan de sterfte, afhankelijk van de verwachte grootte van het infarct en de snelheid waarmee de behandeling wordt ingesteld, met maximaal ca. 50% worden verminderd. Goed en snel uitgevoerde primaire PCI is in vergelijkende studies beter gebleken dan trombolyse.
VERLOOP
De patiënt wordt op de coronary care unit behandeld met bedrust, onder controle van het hartritme door een ecg-monitor, en krijgt pijnbestrijdende middelen (opiaten) en meestal aspirine en heparine. Gedurende een tot twee dagen kan een pericarditis sicca bestaan. Na 24 uur kan een begin worden gemaakt met geleidelijke mobilisatie, later gevolgd door gerichte hartrevalidatie. Als regel kan de patiënt bij gelukte reperfusie na enkele dagen het ziekenhuis verlaten. Indien noodzakelijk en mogelijk, volgt daarna poliklinische hartrevalidatie. Werkhervatting is na twee tot drie maanden mogelijk.
COMPLICATIES
Ritmestoornissen Vooral kamerfibrilleren, dikwijls voorafgegaan door kamerextrasystolen of kamertachycardie. Het vroege of primaire kamerfibrilleren gedurende de eerste uren na het infarct heeft bij adequate behandeling (defibrillatie) een goede prognose. Ook in een later stadium kan nog kamerfibrilleren optreden, als complicatie bij cardiale shock (prognose infaust) of groot voorwandinfarct (vaak dan ook ontwikkeling van een aneurysma cordis). Atrioventriculaire geleidingsstoornissen Worden nog slechts zelden gezien in geval van gelukte coronaire reperfusie. Zij kunnen spontaan verdwijnen. Pompfunctiestoornissen Zich uitend als decompensatio cordis of cardiale shock en veroorzaakt door uitgebreid afsterven van myocardweefsel. Decompensatio cordis wordt op de gebruikelijke wijze behandeld. Cardiale shock (systolische bloeddruk lager dan 12 kPa = 90 mmHg, koude klamme huid, oligurie minder dan 30 ml per uur) wordt behandeld met sympathicomimetica (dobutamine, dopamine), soms in combinatie met digitalis, diuretica en vaatverwijders, bij voorkeur onder continue bewaking van de druk in de kleine circulatie (d.m.v. een swan-ganzkatheter) en uiteraard ook in de grote circulatie. Intra-aortale ballonpomp of intracardiale turbines als ondersteuning van de mechanische functie van het hart worden meer en meer toegepast. Indien cardiogene shock bij opname steeds aanwezig is, is dit een indicatie voor onmiddellijke angiografie met PCI of heelkundige revascularisatie. Harttamponnade Veroorzaakt door ruptuur van de vrije wand van de linkerkamer. Geeft aanleiding tot acute circulatiestilstand, waarbij gedurende enkele minuten nog voldoende hartritme aanwezig is: elektromechanische dissociatie. De volgende complicaties komen minder vaak voor. Perifere embolieën in de grote circulatie, waarschijnlijk afkomstig van murale trombose op het endocard ter plaatse van het infarct. Longembolie bij veneuze trombose. Ventrikelseptumruptuur geeft meestal aanleiding tot acute decompensatie en verloopt veelal letaal. Een enkele maal leidt operatieve sluiting van het defect tot goed resultaat. Papillairspierdisfunctie of -ruptuur: hierbij ontstaat acute mitralisklepinsufficiëntie soms met longoedeem; ook hier kan heelkunde soms redding brengen.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens