- A
- Acute geneeskunde
- Ademhalingsstelsel, aandoeningen van het
- Algemene chirurgie
- Anesthesiologie en pijnbestrijding
- B
- Bedrijfsgezondheidszorg, arbo en verzekeringsgeneeskunde
- Bloedziekten
- Buikholte en maag-darmkanaal, ziekten van -
- E
- Endocrinologie
- F
- Farmacotherapie en bijwerkingen van geneesmiddelen
- G
- Geriatrie en gerontologie
- Gezondheidsrecht
- H
- Hart- en vaatziekten
- Huid- en geslachtsziekten
- Huisartsgeneeskunde
- Hyperbare en duikgeneeskunde
- I
- Immuunziekten en allergie
- Implantaten en biomaterialen
- Infectieziekten
- Intensivecaregeneeskunde
- J
- Jeugdgezondheidszorg
- K
- Keel-, neus-, oorziekten
- Kindergeneeskunde
- Klinische epidemiologie en biostatistiek
- Klinische genetica, cytogenetica en moleculaire genetica
- L
- Leverziekten, ziekten van galwegen, pancreas en milt
- M
- Medische ethiek
- Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie
- N
- Nierziekten
- Nucleaire geneeskunde
- O
- Oncologie
- Oogziekten
- Orthopedische chirurgie
- Ouderengeneeskunde (Verpleeghuisgeneeskunde)
- P
- Palliatieve zorg
- Plastische, reconstructieve en handchirurgie
- Psychiatrie
- R
- Radiologie
- Rampengeneeskunde
- Reumatische en systeemziekten
- Revalidatie
- T
- Transplantatiegeneeskunde
- Traumatologie
- Tropische ziekten
- U
- Urologie
- V
- Vergiftigingen
- Verloskunde
- Verstandelijke gehandicapten, medische zorg voor -
- Voedings- en dieetleer
- Vrouwenziekten
- Z
- Zenuwstelsel, ziekten van het -
Psoriasis
Chronische huidaandoening met scherp begrensde, rode, geïnfiltreerde, schilferende plekken, vooral op de strekzijde van ellebogen en knieën, het behaarde hoofd en het onderste deel van de rug. Een enkele maal vindt uitbreiding over het gehele lichaam plaats. De schilfering heeft een asbestachtig aspect. Bij krabben over de psoriasisplek wordt de hoornlaag dofwit (kaarsvetfenomeen). De aandoening komt bij ca. 2% van de gehele bevolking in meer of mindere mate voor. Op grond van klinisch-morfologische en topografische kenmerken onderscheidt men een aantal vormen: ps. vulgaris, ps. guttata (met druppelgrote plekken), ps. inversa (in de grote lichaamsplooien), ps. pustulosa (met gegroepeerde pustels verspreid over het lichaam, doch vooral op handpalmen en voetzolen), ps. unguium (verdikking en gele verkleuring van de nagels, subunguale keratose, putjesnagels, onycholysis), ps. arthropathica (ps. in combinatie met chronische gewrichtsaandoening). Bekend is het isomorfe prikkeleffect of köbnerfenomeen. Hierbij ziet men een psoriasislaesie ontstaan op de plaats van voorafgegaan trauma.
HISTOLOGISCH ONDERZOEK
Men vindt hyper- en parakeratose, ontbreken van het stratum granulosum, acanthose, hoog opdringende papillen met gekronkeld verlopende capillairen en perivasculair ontstekingsinfiltraat. ETIOLOGIE
De aandoening is tot op zekere hoogte erfelijk (multifactoriële overerving). Er bestaat associatie met bepaalde HLA-antigenen (o.a. B13, Bw16, B17, B37, B27, Cw6, DR7). Tevens mutaties in genen betrokken bij het epidermale differentiatiecomplex. Onder invloed van niet-erfelijke factoren kunnen de verschijnselen manifest worden (streptokokkenfaryngitis, psychische stress enz.). differential DIAGNOSE
Met eczema seborrhoicum, intertrigineus eczeem, parapsoriasis, lues II. THERAPIE
Klasse 3 en 4 corticosteroïden, eventueel onder occlusie, al of niet in combinatie met vitamine-D3-derivaten (calcipotriol en calcitriol). Antraline (ditranol). Teerpreparaten pix lithanthracis of liq. carbon. deterg. Ultraviolet licht Vaak treedt verbetering op door zonlicht. Goede resultaten worden ook behaald met UV-B-therapie en fotochemotherapie (PUVA). Enige reserve ten aanzien van het oncogene effect van lichttherapie (vooral PUVA) bij langdurige toepassing is geboden. Overige methoden Goede resultaten worden ook verkregen met orale toediening van acitretine (cave teratogene bijwerkingen), meestal gebruikt als adjuvanstherapie. In ernstige gevallen komen lage doses MTX (cave leverafwijkingen) of ciclosporine (cave hypertensie en nierafwijkingen) in aanmerking. Effectief maar kostbaar zijn anti-TNF-alfa-antilichamen (infliximab, adalimumab), TNF-alfareceptor inhiberende peptiden (etanercept) en antilichamen die de binding van LFA2 blokkeren (alefacept). 


Maak van deze pagina mijn startpagina
Toevoegen aan favorieten