- A
- Acute geneeskunde
- Ademhalingsstelsel, aandoeningen van het
- Algemene chirurgie
- Anesthesiologie en pijnbestrijding
- B
- Bedrijfsgezondheidszorg, arbo en verzekeringsgeneeskunde
- Bloedziekten
- Buikholte en maag-darmkanaal, ziekten van -
- E
- Endocrinologie
- F
- Farmacotherapie en bijwerkingen van geneesmiddelen
- G
- Geriatrie en gerontologie
- Gezondheidsrecht
- H
- Hart- en vaatziekten
- Huid- en geslachtsziekten
- Huisartsgeneeskunde
- Hyperbare en duikgeneeskunde
- I
- Immuunziekten en allergie
- Implantaten en biomaterialen
- Infectieziekten
- Intensivecaregeneeskunde
- J
- Jeugdgezondheidszorg
- K
- Keel-, neus-, oorziekten
- Kindergeneeskunde
- Klinische epidemiologie en biostatistiek
- Klinische genetica, cytogenetica en moleculaire genetica
- L
- Leverziekten, ziekten van galwegen, pancreas en milt
- M
- Medische ethiek
- Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie
- N
- Nierziekten
- Nucleaire geneeskunde
- O
- Oncologie
- Oogziekten
- Orthopedische chirurgie
- Ouderengeneeskunde (Verpleeghuisgeneeskunde)
- P
- Palliatieve zorg
- Plastische, reconstructieve en handchirurgie
- Psychiatrie
- R
- Radiologie
- Rampengeneeskunde
- Reumatische en systeemziekten
- Revalidatie
- T
- Transplantatiegeneeskunde
- Traumatologie
- Tropische ziekten
- U
- Urologie
- V
- Vergiftigingen
- Verloskunde
- Verstandelijke gehandicapten, medische zorg voor -
- Voedings- en dieetleer
- Vrouwenziekten
- Z
- Zenuwstelsel, ziekten van het -
Downsyndroom (DS)
Verzameling klinische kenmerken, veroorzaakt door de trisomietoestand van chromosoom nr. 21; breder bekend - ten onrechte - onder de naam mongolisme.
ETIOLOGIE
Belangrijkste syndroom door autosomale aneuploïdie. Circa 95% van deze patiënten heeft vrije trisomie voor nr. 21 en daardoor het karyotype 47,+21; bij circa 2% van de patiënten kan mosaïcisme worden aangetoond, bij circa 3% een niet-gebalanceerde robertsoniaanse of wederkerige translocatie, waarbij chromosoom nr. 21 is betrokken. FREQUENTIE
1/650 geborenen. Bij de moeders van DS-patiënten wordt het maternal age-effect vastgesteld; de kans op een kind met downsyndroom verhoogt traag lineair van 1/2500 bij een moeder tussen 20 en 25 jaar tot 1/750 tussen 30 en 35 jaar; empirisch wordt die kans 1/200 (37 jaar) tot 1/100 resp. 1/25 verhoogd bij 40 resp. 45 jaar. SYMPTOMEN
en VERLOOP
Onder de klinische componenten van het downsyndroom is mentale handicap de belangrijkste; vanaf de geboorte zijn duidelijk: hypotonie, iets te kleine hoofdomtrek, brachycefalie, schuinstand van de oogspleten, brushfieldvlekken in de iris, kleine neus, vlak gelaat, korte hals, vaak dwarsplooi in de handpalmen, gekromde vijfde vingers, hartgebrek (30%), diepe plantaire groef op de voetzolen. Later blijken: matig deficiënte groei, blefaritis, verhoogde kans op leukemie; vroegtijdige (volwassen leeftijd) verouderingsverschijnselen. Gemiddelde empirische herhalingskans voor broer of zus van patiënt met vrije trisomie nr. 21 is gelijk aan 1% (zie Aneuploïdie, numerieke). Zie ook Medische zorg voor verstandelijk gehandicapten: Downsyndroom. 


Maak van deze pagina mijn startpagina
Toevoegen aan favorieten