A  A  A 

Renografie

TECHNIEK
Dynamisch onderzoek van perfusie, tubulusfunctie en afvloed (zie ook Nierscintigrafie)
INDICATIES
1. Beoordelen relatieve perfusieveranderingen zoals bij functionele nierarteriestenose, eventueel geprovoceerd door toediening van ACE-remmers (Captopril scintigrafie) 2. Beoordeling relatieve functiebijdrage van de nieren. 3. Beoordelen afvloedstoornissen. 4. Beoordelen functie niertransplantaat in de anurische fase. 5. Vervolg van nierfunctie na niertransplantatie. 6. Verslechterde nierfunctie na hoge abdominale vaatchirurgie.
INTERPRETATIE
Aan de hand van de seriƫle opnamen kan de perfusie van de nieren, de opname van het radiofarmacon in het nierparenchym, het intrarenale transport en de uitscheiding vanuit het pyelum naar de lagere urinewegen globaal beoordeeld worden. Met behulp van de tijd-activiteitcurven over de aorta, de nieren en de blaas wordt nauwkeurige informatie verkregen over de perfusie van de nieren in vergelijking tot die van de aorta, de mate van opname en secretie door de nieren en de verhouding daarin tussen de linker- en de rechternier, de retentie van urine in de calices en pyela en de patronen van uitscheiding. Bij ontbreken of vrijwel ontbreken van spontane afvloed wordt na verhoging van het volumeaanbod via toediening van een diureticum vaak een abrupte daling van activiteit in het nierbekken gezien. Deze bevinding past bij een hypotoon pyelocalicieel systeem en sluit een anatomische obstructie uit. Een renogram met een onregelmatig gekarteld patroon in de excretiefase past bij reflux vanuit de lagere urinewegen naar het pyelum.
STRALENBELASTING
Het somatisch effectieve dosisequivalent na toediening van 74 MBq 99mTc-MAG-3 bedraagt 0,3 mSv.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens