Home > Voedings- en dieetleer > Cholesterolgehalte, verhoogd (dieet bij verhoogd serumcholesterolgehalte)

A  A  A 

Cholesterolgehalte, verhoogd (dieet bij verhoogd serumcholesterolgehalte)

Bij een serumcholesterolgehalte van 6,5 mmol/l of hoger wordt een dieetbehandeling aanbevolen. Doel van het dieet is het serumcholesterolgehalte te verlagen om zodoende het risico voor coronaire hartziekten te verminderen. Met een gezonde voeding kan het cholesterolgehalte met gemiddeld 10% worden verlaagd; indien aangevuld met producten die verrijkt zijn met plantensterolen of plantenstanolen kan nog een extra verlaging van 10% worden bereikt. Het belangrijkste is om de hoeveelheid verzadigd vet in de voeding te verlagen bij voorkeur tot minder dan 10 energie% (door volle melkproducten en volvette kaassoorten te vervangen door magere of halfvolle soorten; vervangen van vette vleessoorten door magere soorten vlees, vis of gevogelte; reductie of vermijden van consumptie van roomboter, kokosvet, producten met palmolie, geharde plantaardige margarines, bak- en braadvet en frituurvet met verzadigd vet). De totale vetinname wordt tot 30-35 energie% en de hoeveelheid cholesterol tot max. 33 mg/MJ of 300 mg per dag beperkt. Producten die veel cholesterol bevatten zijn eidooier en orgaanvlees als lever, nier, hersenen. Ook transvetzuren moeten worden beperkt. Transvetzuren zijn een subklasse van de onverzadigde vetzuren en hebben een ongunstig effect op het serumcholesterolgehalte. Ze ontstaan uit onverzadigde vetzuren, bijvoorbeeld bij de productie van margarines. In Nederland zijn transvetzuren echter, door aanpassing in het productieproces, uit de margarines geëlimineerd. Als vervanging voor de verzadigde vetten kunnen voedingsmiddelen worden gebruikt die relatief rijk zijn aan enkelvoudig of n-3 en n-6 meervoudig onverzadigde vetten, zoals olijfolie, arachideolie, pinda's respectievelijk (dieet-)margarines of -halvarines of -braadvetten met zonnebloemolie, maïsolie, sojaolie, vette vissoorten; verhoging van de inname van voedingsvezel, vooral uit fruit, groente, peulvruchten en havermout. De nadruk ligt tegenwoordig dus op vermindering van verzadigd vet in de voeding en niet op verrijking met meervoudig onverzadigd vet, zoals volgens het in het verleden vaak toegepaste linolzuurverrijkte dieet. Vetten kunnen worden vervangen door koolhydraten, maar dit heeft als nadeel dat een verlaging van het HDL-cholesterolgehalte (het gunstige cholesterol) optreedt. Het is gunstig om veel groente en fruit te gebruiken en ook van antioxidanten in de voeding (zoals bètacaroteen, vitamine C, vitamine E, en flavonoïden) wordt gedacht dat ze een gunstige invloed hebben op het atherosclerotisch proces. Aanvullend wordt aangeraden een ruime hoeveelheid complexe koolhydraten te gebruiken, de hoeveelheid alcoholische dranken tot maximaal 2 glazen per dag te beperken en de lichamelijke activiteit te verhogen. Bij overgewicht (QI >25 kg/m2) wordt tevens een energiebeperkt dieet aanbevolen. Ten slotte bevatten koffiebonen een stof die het cholesterolgehalte kan verhogen. Bij filterkoffie blijft deze stof achter op het filter, maar bij cafetière-koffie, espressokoffie, Turkse koffie en kookkoffie komt deze stof wel voor. Oploskoffie heeft geen effect op het cholesterolgehalte.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens