A  A  A 

Deugd

Kwaliteit van karakter of geest waardoor een actor het moreel goede kent en weet in woord en daad gestalte te geven. Aristoteles stelde de analyse van de deugden centraal in zijn ethiek. Deugden worden verworven door opvoeding en versterkt door empathie. Soms verkrijgen ze invulling vanuit een religieuze traditie: bijv. de religieuze deugden van geloof, hoop en liefde bij Thomas. Deugden bepalen een hele houding van de persoon en zijn daarom onontbeerlijk in de medische praktijk (cf. attitude van de arts). Bijvoorbeeld: karakterdeugden als eerlijkheid, trouw en moed zijn algemeen menselijk, maar verkrijgen in de context van de kliniek een specifieke invulling. In de hedendaagse deugdethiek wordt vaak een pluralisme van de deugd verdedigd: er zijn verschillende opvattingen gangbaar van wat nu als een kwaliteit van karakter of geest geldt en wat daar precies moet worden onder verstaan. Wat betekenen eerlijkheid en moed voor een arts bijvoorbeeld bij een moreel dilemma? Meer algemeen kan ook de vraag gesteld welke algemene deugden de arts moet cultiveren en welke de specifieke deugden zijn vereist voor het medisch beroep als zodanig.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens