- A
- Acute geneeskunde
- Ademhalingsstelsel, aandoeningen van het
- Algemene chirurgie
- Anesthesiologie en pijnbestrijding
- B
- Bedrijfsgezondheidszorg, arbo en verzekeringsgeneeskunde
- Bloedziekten
- Buikholte en maag-darmkanaal, ziekten van -
- E
- Endocrinologie
- F
- Farmacotherapie en bijwerkingen van geneesmiddelen
- G
- Geriatrie en gerontologie
- Gezondheidsrecht
- H
- Hart- en vaatziekten
- Huid- en geslachtsziekten
- Huisartsgeneeskunde
- Hyperbare en duikgeneeskunde
- I
- Immuunziekten en allergie
- Implantaten en biomaterialen
- Infectieziekten
- Intensivecaregeneeskunde
- J
- Jeugdgezondheidszorg
- K
- Keel-, neus-, oorziekten
- Kindergeneeskunde
- Klinische epidemiologie en biostatistiek
- Klinische genetica, cytogenetica en moleculaire genetica
- L
- Leverziekten, ziekten van galwegen, pancreas en milt
- M
- Medische ethiek
- Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie
- N
- Nierziekten
- Nucleaire geneeskunde
- O
- Oncologie
- Oogziekten
- Orthopedische chirurgie
- Ouderengeneeskunde (Verpleeghuisgeneeskunde)
- P
- Palliatieve zorg
- Plastische, reconstructieve en handchirurgie
- Psychiatrie
- R
- Radiologie
- Rampengeneeskunde
- Reumatische en systeemziekten
- Revalidatie
- T
- Transplantatiegeneeskunde
- Traumatologie
- Tropische ziekten
- U
- Urologie
- V
- Vergiftigingen
- Verloskunde
- Verstandelijke gehandicapten, medische zorg voor -
- Voedings- en dieetleer
- Vrouwenziekten
- Z
- Zenuwstelsel, ziekten van het -
Inleiding
Plaatsbepaling Het gezondheidsrecht is een betrekkelijk jonge juridische discipline. Vanaf de jaren zeventig is er sprake van een min of meer ingeburgerde juridische discipline. In Nederland was de gezichtsbepalende beoefenaar van het gezondheidsrecht in deze periode H.J.J. Leenen, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam van 1970 tot 1990. In België werd de beoefening van het gezondheidsrecht (vaak medisch recht genoemd) in de jaren zestig ontwikkeld door R. Dierkens aan de Universiteit te Gent.
Naamgeving Voordat het begrip gezondheidsrecht was ingeburgerd, werd ook wel gesproken van medisch recht. Het is echter niet een begrip dat recht doet aan de volle breedte van het vak. Naast het medisch recht is er het belangrijke terrein van de patiëntenrechten en het omvangrijke gebied van het recht met betrekking tot structuur en ordening van het stelsel van gezondheidszorg, inclusief het zorgverzekeringsstelsel. Dat het begrip gezondheidsrecht de ideale naam is, is daarmee overigens niet gezegd. Het vakgebied heeft niet de gezondheid tot voorwerp van aandacht, maar de gezondheidszorg. Er is tegenwoordig consensus over dat het gezondheidsrecht zich richt op de gezondheidszorg. Een correctere naam zou dan wellicht ook zijn geweest gezondheidszorgrecht, maar de naam gezondheidsrecht is volledig ingeburgerd.
Gezondheidsrecht en medische ethiek Gezondheidsrecht en medische ethiek (c.q. ethiek van de gezondheidszorg of bio-medische ethiek) bevinden zich in elkaars nabijheid, zeker vanuit het perspectief van de professional in de gezondheidszorg. De onderwerpen waarmee zij zich bezighouden overlappen voor een belangrijk deel: de verhouding patiënt-hulpverlener in al haar aspecten, de bescherming van kwetsbare mensen, de verdeling van schaarse goederen, de rechtvaardiging van dwang in uitzonderlijke situaties, de inrichting van het zorgstelsel en de plaats van marktwerking daarin. Ondanks deze inhoudelijke verwantschap opereren beide disciplines doorgaans relatief onafhankelijk van elkaar, waarbij de indruk ontstaat dat de betrokkenheid van de medische ethiek bij het gezondheidsrecht groter is dan omgekeerd. Er zijn echter bijkomende redenen die kunnen verklaren waarom gezondheidsrecht en medische ethiek in veel opzichten eigen wegen gaan. In de eerste plaats heeft dat te maken met de aard van de normen waarover het gaat. Voor de jurist is het uitgangspunt het geldende recht, zoals dat blijkt uit internationale verdragen, nationale wet- en regelgeving en jurisprudentie. Met een verandering in regelgeving of jurisprudentie ontstaat voor de jurist een nieuwe status quo die vervolgens geldt als het nieuwe normatieve vertrekpunt. Voor de ethiek - althans de wijsgerige ethiek en de praktijk gerichte bio-medische ethiek, die niet onderhorig zijn aan een religieus gelegitimeerde autoriteit - is er geen instantie die onderscheid maakt tussen normen die actuele geldigheid hebben en normen die daarop geen aanspraak kunnen maken. In de ethiek gaat het altijd om het gewicht van de argumenten die kunnen worden aangevoerd ter ondersteuning van een normatieve plaatsbepaling en niet in de eerste plaats om het beroep op een (juridisch gelegitimeerde) norm die als zodanig niet ter discussie staat. In de tweede plaats is er een verschil in handhaving van juridische en morele normen in het geval dat er sprake is van overtreding van de norm. Het handhavingsmechanisme van juridische normen bestaat uit het opleggen van een negatieve sanctie (boete, schadevergoeding, intrekking vergunning, maatregel) door een bestuurlijke of rechtsprekende overheidsinstantie. Overtreding van morele normen daarentegen wordt niet van overheidswege gesanctioneerd. Hoe dan ook, de verhouding tussen gezondheidsrecht en medische ethiek is zowel innig als afstandelijk. Zeker is dat tussen beide zowel verwantschap als onderscheid bestaat en dat zij zich beide rekenschap moeten geven van elkaars nabijheid. Zie ook Medische ethiek: Inleiding.



Maak van deze pagina mijn startpagina
Toevoegen aan favorieten