A  A  A 

Splenectomie, infectiegevaar na

Beduidend groter risico van een algemene infectie: postsplenectomie septikemie, bekend als het OPSI (overwhelming postsplenectomy infection)-syndroom, gekenmerkt door een insidieus verloop dat met enkele uren kan evolueren naar shock met intravasale stolling en bij 50% van de patiënten met mortaliteit. Zou veroorzaakt worden door 1. verminderde klaring, 2. verlaging van IgM-gehalte, 3. verminderde opsonine-activiteit. Het infectierisico wordt bepaald door de leeftijd: vooral kinderen beneden de 2 jaar (80% van de gevallen) zijn gevoelig voor sepsis door pneumokokken en meningokokken, maar een verhoogd risico, vooral het eerste jaar na de splenectomie en tot de helft verminderd na 5 jaar, kan tot 25 jaar na de splenectomie blijven bestaan. Het risico is ook afhankelijk van de onderliggende pathologie (ziekten van het reticulo-endotheliale systeem die tot de splenectomie hebben geleid): 2% bij idiopathische trombocytopenische purpura, 25% bij thalassaemia major, 10% bij ziekte van Hodgkin, 1 à 2% bij posttraumatische splenectomie.
THERAPIE
Zorgvuldige indicatie van de splenectomie. Splenectomie vermijden bij kinderen beneden de 2 jaar. Indien mogelijk conservatieve chirurgie bij milttrauma. Zo mogelijk autotransplantatie van miltweefsel. Profylaxe door vaccinatie (pneumokokken) en (langdurig) antibioticatherapie.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens