Home > Immuunziekten en allergie > Allergeenextracten

A  A  A 

Allergeenextracten

Extracten die een mengsel van allergenen afkomstig van dezelfde allergeenbron bevatten. Vooral bij de diagnostiek en behandeling van IgE-gemedieerde allergie wordt van deze extracten gebruikgemaakt. Allergenen/eiwitten in een dergelijk extract, die bij de meeste patiënten met allergie aan de betreffende allergeenbron aanleiding tot de vorming van specifieke IgE-antistoffen zijn, worden major allergens genoemd. Allergenen die maar bij betrekkelijk weinig patiënten een rol spelen, worden minor allergens genoemd. In de huidige situatie bevat een goed gestandaardiseerd extract een vrij constante concentratie van major allergens; de belangrijkste minor allergens zijn in elk geval kwalitatief aanwezig. Een belangrijk nadeel van de huidige allergeenextracten voor diagnose en therapie is hun complexe samenstelling. Zij kunnen namelijk 50 of meer verschillende allergenen en niet-allergeen materiaal in wisselende concentraties bevatten. Vandaar dat deze extracten moeilijk te standaardiseren zijn, wat kan leiden tot aanzienlijke batch verschillen voor diagnose en therapie. Sommige natuurlijke allergenen (vooral uit plantaardige voeding) degraderen bovendien snel en verliezen daarom vrij snel hun oorspronkelijke structuur en IgE-bindende eigenschappen. Vooralsnog bestaan alleen van de meest voorkomende inhalatieallergenen en van insectengiffen (wesp, bij) goed gestandaardiseerde extracten. Extracties worden uitgevoerd in een waterig milieu. Om oplossingen voor huidtests te bereiden wordt een mengsel met glycerol bereid (hogere viscositeit). Voor subcutane hyposensibilisatie worden meestal preparaten met een depotwerking gebruikt. Deze depotwerking wordt verkregen door absorptie aan aluminiumhydroxide of calciumcarbonaat. Onder allergoïden verstaat men allergeenhoudende extracten waarvan de secundaire en tertiaire structuur gewijzigd is door chemische bewerking (bijv. door glutaaraldehyde). Dit resulteert in een verminderde binding aan IgE-antistoffen, terwijl het vermogen om blokkerende IgG-antistoffen te induceren en om T-lymfocyten te stimuleren grotendeels onveranderd blijft. Depot- en gemodificeerde extracten zijn enkel voor therapie bruikbaar.
Zoeken in Codex Medicus
ZOEK OP TREFWOORD
Inloggen
Onthoud gegevens